
Het zijn veertien meisjes. Geen bendes, geen overlastgevers, geen ‘gelukszoekers’. Gewoon veertien jonge mensen die oorlog en chaos ontvluchtten, met niks anders dan hoop op rust en veiligheid. En toch slaagde een groepje schreeuwers in Coevorden erin om hun komst tegen te houden. Met vuur, vernieling en bedreiging. En de overheid? Die knikte. “Veiligheid kan niet worden gegarandeerd,” zei de burgemeester. Wat hij bedoelde: we hebben niet de moed om fatsoen af te dwingen.
En toen werd het stil.
Geen massale verontwaardiging, geen front van politici die opstond om te zeggen: dit is niet wie wij zijn. Nee, de Tweede Kamer stemde intussen voor nieuwe asielwetten. Tijdelijke verblijfsvergunningen, strafbaarstelling van hulp, een keiharde tweedeling in wie mag blijven en wie mag opdonderen. Een wet voor de bühne, geschreven op het ritme van angst.






